Effect van sport op diabetes

Laatst geüpdate op 28/02/2020

Sporters met diabetes

Bovenop de vele voordelen dat sporten biedt, hebben personen met diabetes er nog extra voordelen bij:

  1. Betere glycemieregeling: al lijkt dit bij de start moeilijk te geloven. Door het sporten leer je je lichaam beter kennen. De insulinenood vermindert omwille van betere gevoeligheid van de cellen (vetcellen, spiercellen, …).
  2. Betere gewichtscontrole: sporten helpt bij vetverbranding en maakt het lichaam steviger. Bij correcte aanpassing van de insuline kan je ook gewicht verliezen (indien gewenst).
  3. Verbetering van conditie: het onderhouden van de sportactiviteit verbetert de conditie. Het is van groot belang correct te trainen. Voldoende rust nemen speelt een cruciale rol; rust is de herstelperiode.
  4. Vergrote longcapaciteit: bij intensief sporten stijgt je hartslag en ga je dieper in- en uitademen, je ademhalingssysteem werkt dus harder en na verloop van tijd efficiënter.
  5. Goed effect op bloeddruk en cholesterol: diabetes verhoogt het risico op hart- en bloedvaten. Bewegen heeft een bloeddrukverlagende invloed (let op: tijdens het sporten kan de bloeddruk tijdelijk verhoogd zijn) en een positief effect op het lipidenprofiel.
  6. Positief psychologisch effect: verminderde stress, ‘maakt het hoofd vrij’, ontspanning, …
  7. Verbetert sociale contacten: bij sporten in groep verbetert dit de sociale contacten.
  8. Verbeterde levensverwachting en levenskwaliteit: waardoor minder ziekte (ook positief financieel effect).
  9. …: En nog zo veel meer! 

Bij sporten met diabetes moet je met veel meer rekening houden dan een persoon zonder diabetes. Onderstaand olympisch symbool toont de belangrijkste aandachtspunten.

Een persoon met diabetes moet steeds anticiperend denken en rekening houden met verschillende facetten die het sporten beïnvloeden. Laat je hierdoor niet afschrikken of demotiveren. Op voorhand plannen en handelen maakt het sporten aangenamer.

Principe

Als u beweegt of sport, gaan de spieren harder werken. Daarvoor hebben die spieren extra brandstof nodig in de vorm van glucose (suiker). De spieren halen die glucose uit het bloed. Voor het opnemen van glucose in de spieren is insuline nodig. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de bloedsuiker. Indien de spieren veel brandstof (dus ook suiker) nodig hebben, bestaat de kans op te lage bloedsuikerwaarden. De lever zorgt voor aanvulling van de bloedsuiker door zijn suikervoorraad aan te spreken. Wanneer de aanvulling vanuit de lever gelijkloopt met de opname door de spieren, blijft de bloedsuiker constant.

Bij mensen die geen diabetes hebben gebeurt dit vanzelf door een samenspel van verschillende hormonen, waaronder ook insuline.

Bij mensen die diabetes hebben: van zodra de insuline ingespoten is, kan het gehalte aan insuline in het lichaam niet meer aangepast worden aan een veranderende fysiologische behoefte (zoals sport). Met andere woorden, de automatische insulinedaling in het lichaam vindt niet plaats. Het suikergehalte in het bloed wordt voornamelijk bepaald door wat men vooraf eet en de hoeveelheid insuline die men ingespoten heeft.

Figuur: kernpunten waar men rekening mee moet houden bij sporten en diabetes type 1.

Figuur: kernpunten waar men rekening mee moet houden bij diabetes en sporten type 1.

1. Type, duur en intensiteit van de inspanning

Het type sport bepaalt op welk energiesysteem je terugvalt en het energiesysteem bepaalt dan weer je glycemietrend.

Figuur: Type sport bepaalt glycemie.

Figuur: type sport bepaalt glycemie.

Bron: Michael C Riddell, e. a. (2017). Exercise management in type 1 diabetes: A consensus statement. The Lancet Diabetes & Endocrinology.

Figuur: soorten sporten - aëroob - anaëroob - flexibiliteit

Figuur: soorten sporten - aëroob - anaëroob - flexibiliteit

Er zijn dus verschillende vormen van fysieke activiteit met elk hun eigen energiesysteem en metabole werking.

De duur en intensiteit van de inspanning bepaalt de nood aan extra koolhydraten en insuline.

Indien je in een goede conditie bent met goede glycemiecontrole waarbij men een ideale glucosewaarde nastreeft, zijn er in principe geen contra indicaties van bepaalde sporttakken. Al zijn er wel meer en minder aan te bevelen sporten. Bespreek je keuze, opbouw, intensiteit, plan, … steeds met je diabetesteam. Zeker indien complicaties (ogen, nieren, voeten, zenuwen, hart…).

Minder aan te bevelen

Sporten met verhoogd risico op hypoglycemiën die men niet meteen kan voelen/oplossen omwille van emotierijke invloed. Bijvoorbeeld: parachutespringen, alpinisme, diepzeeduiken, motor- en autosport, deltavliegen, solozeilen, surfen, alleen klimmen. Bij sporten op zee/wild water kan ook zeeziekte ontstaan, braken kan hypoglycemie uitlokken of ketonenvorming.

Ook alleen sporten met risico op hypoglycemie moet voorbereid worden. Wees steeds bedachtzaam op mogelijke gevaren van de sport en wees voorbereid: meter/device steeds bij de hand, in geval van sensor kan je best ook capillaire vingerprik uitvoeren voor de activiteit, steeds snelle en trage koolhydraten bij de hand, eventueel ketonenmeter bij de hand.

LET OP: ook hyperglycemie kan gevaarlijk zijn bij bepaalde sporten met risico op ketonenvorming, oog- en niercomplicaties. Steeds verhoogde suikerwaardes hebben heeft ook complicaties op lange termijn.

Bij sporten met risico is een ideale startwaarde 180mg/dl – 250 mg/dl.

Meer aan te bevelen

Gecontroleerde sporten waarbij fysieke inspanning progressief verloopt en over langere tijd verspreid. Bijvoorbeeld: duursporten, balsporten, groepssporten, …

Persoonlijke beperkingen omwille van complicaties:

  1. Bij hart- en vaatziekten: beperkte mogelijkheden, steeds inspanningsproef doen alvorens te starten.
  2. Neuropathie (verstoorde gevoeligheid van de zenuwen): aandachtig zijn voor handen en voeten om blessures te voorkomen.
  3. Oogaandoeningen:
    • In geval van beperkt zicht: vermijd oneffen terrein bij joggen en fietsen, sporten met gevaarlijk lichaamscontact, …
    • Vermijd korte krachtige sporten waarbij bloeddruk plots stijgt (bv gewichtheffen); risico op bloedingen
    • Eventueel oogbescherming bij balsporten, gevechtsporten, …
  4. Nierinsufficiëntie: ook hier kan je best krachtsporten vermijden.

2. Belang van meten

De zin ‘meten is weten’ zal je zeker al gehoord hebben! Voldoende meten, noteren en ernaar handelen is het allerbelangrijkste.

Hier kan je het diabetes-sportdagboekje downloaden, noteer al je gegevens, hierdoor krijg je een overzicht en nieuwe inzichten. Dit kost veel tijd en energie, maar geeft je achteraf veel kennis!

Handelingen bij een startglycemie van
< 90 mg/dl
  • Neem 10-20 gram KH = 1-2 KHE
  • Neem 20-30 gram kh als veel insuline aan boord is
  • Start pas als de glycemie meer dan 90 mg/dl is
90 – 124 mg/dl
  • neem 10 gram KH (+-1 portie KH)
  • anaerobe en interval starten kan
125 – 180 mg/dl
  • aerobe en anaerobe inspanning kan
181 – 270 mg/dl
  • aerobe inspanning kan gestart worden
  • anaerobe inspanning kan gestart worden maar glycemie kan nog doorstijgen, dus best aerobe fase inlassen: 10-15 min aan lage intensiteit
> 270 mg/dl

Als onverklaarbaar, meet ketonen:

  • als ketonen + (<0,6 mmol/l)       >>  evt. aeroob, check tijdens sport
  • als ketonen ++ (<1,5 mmol/l)     >>  inspanning uitstellen en correctiebolus
  • als ketonen +++  (>1,5 mmol/l)  >>  geen inspanning

3. Het tijdstip van sporten, maaltijd en recente hypo

Sporten kan je best inplannen, zodat je ernaar kan handelen.

Tijdstip van sport bepaalt de handeling: ga je nuchter, vlak voor de maaltijd, binnen de 2uur na de maaltijd of na 2uur na de maaltijd sporten?

Bepaal je koolhydraten aan boord en de insuline (er moet voldoende zijn om te kunnen starten).

Bij een persoon met diabetes type 1 is er geen insuline-productie aanwezig. Sporten vervangt insuline niet. Heb je hyperglycemie voor het sporten, dan zal deze inspanning een verdere stijging van de glycemie met toename van ketose veroorzaken. Dit komt omdat tijdens de inspanning bloedsuiker wordt vrijgemaakt uit de lever, zodat de waarden blijven oplopen. Men moet dus eerst voldoende insuline inspuiten alvorens te kunnen starten met de sportieve inspanning.

Recente hypoglycemie kan het verder verloop van je glycemie beïnvloeden, let op bij opsuikeren dat je reserves voldoende zijn aangevuld maar dat je niet overcorrigeerd. Houd rekening met de reactie op hypoglycemie op niet sportdagen (wat onderneem ik dan en hoe is het verdere verloop?)

4. Insulinetoediening

Sporten zorgt ervoor dat de cellen insulinegevoelig worden, dus er is wel een verminderde insulinenood. Insuline aanpassingen zijn de basis.

Het voordeel van de insulinepomp bij sport is dat men de insuline meteen kan stoppen of tijdelijk kan verminderen (bijvoorbeeld 2u aan 50% van de normaal toe te dienen hoeveelheid insuline). Snelwerkende insuline werkt nog 2-3u na toediening. Insuline aanpassingen moeten dus voldoende op voorhand ingecalculeerd worden.

Een insulinepomp werkt enkel met (ultra-)snelwerkend insuline en kan het best de pancreas nabootsen door middel van een ingesteld basaal patroon (vergelijkbaar met traagwerkend insuline) dat elk uur een andere insulinetoediening kan geven. Indien de insulinepomp geconnecteerd is met een continue glucosemonitoring van het zelfde merk kan de pomp automatisch uitvallen indien de sensor een lage waarde meet. De meest recente insulinepomp (670G pomp van Medtronic) heeft een auto-modus basaal, dit betekent geen ingesteld basaal patroon maar deze geeft continue micro-bolussen, wanneer de sensor een hogere waarde meet, kan deze pomp dus extra insuline toedienen (dmv microbolussen).

Dit kan voor iedere sporter verschillen, daarom is ons advies het schema toe te passen de eerste malen en voldoende te meten en te noteren (in een schema dat handig is voor jou). Alleen zo kan men tot een individueel advies komen. Figuur 9 kan dan persoonlijk ingevuld worden.

Bespreek dit met uw diabetesteam indien nodig.

Bij pomptherapie kunnen verschillende instellingen aangepast worden indien men ook de bolus wizard gebruikt (bolusadvies gegeven door de pomp): koolhydraatratio, insulinegevoeligheid, streefdoelen en actieve insulinetijd.

Denk er aan de insulinegevoeligheid aan te passen indien langer en intensiever gesport wordt (bijv na enkele dagen/weken gestart te zijn met fitness,start2run,… en/of als men gewicht begint te verliezen).

Zoals te zien in de beslissingsboom dient de insuline en koolhydraten aangepast te worden om hypo te voorkomen. Dit is afhankelijk van de inspanning (soort, duur, intensiteit, …) maar ook van de eigen insulinegevoeligheid. Ook hier geldt het verhaal van proberen en leren uit je ervaringen.

5. Koolhydraten

...

Figuur: beslissingsboom sporten bij diabetes type 1.

Figuur: beslissingsboom sporten bij diabetes type 1.

Bron: UZ Leuven, 2018.