Wat is diabetes?

Laatst ge├╝pdate op 26/05/2020

Trainers en Sportclubs

Diabetes mellitus is een chronische, ongeneeslijke aandoening gekenmerkt door hyperglycemie. Hyperglycemie is een te hoge suikerwaarde in het bloed (nuchter >125mg/dl en niet nuchter >200mg/dl).

Hyperglycemie is verklaarbaar door een relatief of absoluut tekort aan insuline, hierdoor is er een stoornis in het glucose-, eiwit- en vetmetabolisme.

Diabetes bestaat in verschillende vormen:  diabetes mellitus type 1, diabetes mellitus type 2, zwangerschapsdiabetes, secundaire diabetes, LADA, …

Ondanks dat er verschillende vormen zijn, zijn de symptomen gelijklopend.

symptomen hyperglycemieZoals je hieruit kan afleiden is het dus van groot belang de glycemie nauwkeurig op te volgen, dit kan door verschillende manieren.

Glycemie meten

Vingerprik

Hierbij dient de persoon telkens met behulp van een prikpen een bloeddruppel te laten opzuigen door een strip dat in het meettoestel wordt geschoven. De waarde van dat moment in de bloeddruppel verschijnt op het scherm.

Vingerprik

vingerprikFlash monitoring

Hierbij wordt een sensor ter grootte van een 2euro munt in de bovenarm geplaatst (dit wordt aangeleerd zodat de persoon dit zelf kan vervangen iedere 2weken) . De meting gebeurd door middel van de scanner (toestel om te meten) of smartphone tegen de sensor te houden. De suikerwaarde in het interstitieel vocht wordt gemeten, er komt dus geen bloeddruppel aan te pas, hierdoor is er een vertragingstijd van +-15minuten (je meet dus continue je waarde van een klein kwartier geleden). Bij twijfel kan nog steeds een vingerprik uitgevoerd worden. De persoon dient zelf nog steeds te ‘flashen’ (=meten) als hij/zij een meting wilt zien. Er wordt steeds een huidige sensorwaarde weergegeven samen met een 8 uur geschiedenis en een trendpijl.

Freestyle Libre

Continue Glucose Monitoring (CGM)

Hierbij wordt een sensor geplaatst in de bovenarm, buik of bovenbeen die verbonden is met een smartphone. De sensor meet continue de glycemie en kan bij een lage of hoge suikerwaarde een alarm geven aan de persoon (de persoon kan de alarmen zelf instellen). De sensor dient minstens 2-3x/dag gekalibreerd te worden, dit betekent dat de sensor geijkt moet worden met een bloeddruppel. De persoon dient hier nog 2-3x/dag een vingerprik uit te voeren.  Men kan de sensorwaarde zien door op de smartphone de app te openen, hierbij ziet men ook een geschiedenis en een trendpijl.

Dexcomgebruikervoorbeeld dexcomgegevensVoordelen:

Vingerprikken zijn momentopnames waarbij men niet weet van waar de glycemie komt en wat de schatting is van de toekomstige glycemiewaardes. Dit is een zeer belangrijk gegeven, dit kan de insulinedosis mee beïnvloeden!

CGM geeft personen ook alarmen, dit is een grote vooruitgang voor mensen die hun hypoglycemies niet meer voelen. Er komen ook minder zware hypoglycemies hierdoor (mensen kunnen anticiperen).

Bij sporten zijn deze nieuwe technologieën een belangrijke stap vooruit geweest, de sporter kan vooraf anticiperen, kan continue meten en hiernaar handelen (eten, insuline injecteren, soort sport kiezen, …)

In België wordt het materiaal volledig terugbetaald, echter loopt de terugbetaling voor de verschillende types diabetes niet gelijk. De terugbetaling is afhankelijk van het type diabetes en in welke groep conventie je terecht komt. Voor diabetes type 1 is alles terugbetaald.

Voor diabetes type 2 is de vingerprikmethode volledig terugbetaald, de Flash monitoring gedeeltelijk terugbetaald en de continue glucosemonitoring  niet terugbetaald.

Type 1 vs. type 2

Type 1 diabetes is een auto-immuunziekte, dit betekent dat het afweersysteem de lichaamseigen β-cellen aanvalt, dit zijn de cellen die zorgen voor de insulineproductie. Hierdoor is er geen insulineproductie meer is en dien je zelf levenslang insuline toe te dienen, via injecties of via een insulinepomp.

Bij diabetes type 2 is er wél nog insulineproductie, maar er is insulineresistentie of ook wel verminderde insulinegevoeligheid genoemd, door abnormaal werkende insulinereceptoren in de spier- en vetcellen. Door insulineresistentie is er veel meer insulineproductie nodig om al de suikers om te kunnen zetten in energie. Uiteindelijk kan dit evolueren tot een progressieve β-cel dysfunctie omdat de pancreas zich steeds moet overwerken. Er zijn verschillende medicamenteuze opties voor diabetes type 2, maar in geval van progressieve β-cel dysfunctie komen zij uiteindelijk op hun insuline-injecties terecht.

Verschil tussen type 1 en type 2 diabetes

Behandeling van diabetes type 1

Type 1 diabetes wordt altijd behandeld met insuline, bijkomend kan wel medicatie opgestart worden dat initieel gebruikt wordt bij type 2 diabetes (bijvoorbeeld indien gewichtsverlies gewenst).

  1. Insuline wordt toegediend via injecties, er zijn verschillende soorten insuline. De twee belangrijkste zijn ultratraagwerkende insuline en ultrasnelwerkende insuline. Dit probeert  de natuurlijke pancreasfunctie na te bootsen.

Ultraraagwerkende insuline werkt tot 24-48uur en moet éénmaal daags toegediend worden (meestal voor het slapengaan). Deze insuline wordt ook wel de basale insuline genoemd, het zorgt voor een stabiele glycemiewaarde gedurende de hele dag. Dit is een vaste insuline hoeveelheid dat het lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren, dit is afhankelijk van persoon tot persoon (geslacht, leeftijd, gewicht, activiteiten, … spelen hier een grote rol in, dit wordt dan ook steeds geëvolueerd op consultatie).

Ultrasnelwerkende insuline werkt na 15min tot 2u na het inspuiten, deze insuline dient telkens 5-15min voor de koolhydraatmaaltijd toegediend te worden afhankelijk van de maaltijd, de huidige glycemie en de toekomstige activiteit. Er moet steeds voor de maaltijd een glycemiecontrole uitgevoerd worden en worden nagedacht hoeveel insuline men nodig heeft.

Een persoon met diabetes type 1 moet minstens 4 keer per dag de glycemie meten en insuline injecteren (voor elke maaltijd en voor het slapengaan).

insuline injecteren

  1. Insuline kan ook toegediend worden met een insulinepomp (enkel te gebruiken door personen met diabetes type 1). In een insulinepomp zit enkel ultrasnelwerkende insuline (insuline werkt tot 2u), de insulinepomp probeert de pancreasfunctie nog beter na te bootsen dan het 4-injectieschema omdat men een basaal profiel kan instellen waarbij men in tijdsblokken werkt. Elke 5min zal er een kleine hoeveelheid insuline toegediend worden via een canule dat onderhuids geplaatst wordt door de persoon met diabetes, hierdoor kan men zeer precies de insulinebehoefte toedienen.

Het basaal profiel vervangt de injectie die éénmaal daags wordt toegediend, echter weet deze pomp niet wanneer de persoon eet, de extra insuline die de persoon nodig heeft om de maaltijd op te vangen, noemt men een bolus. Een bolus dient de persoon in te stellen in de pomp opnieuw rekening houdend met de huidige glycemie en de komende activiteit. Men kan ook vragen aan de pomp deze bolus te berekenen, de pomp houdt dan rekening met vooraf ingestelde factoren:

  • Insulinegevoeligheid van de persoon (hoeveel mg/dl zakt men bij het toedienen van 1E insuline)
  • Koolhydraatratio (hoeveel insuline heeft de persoon nodig als hij 1 koolhydraatportie op eet)
  • Huidige glycemie
  • Streefwaarde van glycemie (dit wordt ingesteld, meestal tussen 80-120mg/dl

Deze factoren worden ingesteld in samenspraak met de persoon met diabetes. 

Bijvoorbeeld:

voorbeeld insulinepompuitlees

 

Technologie staat niet stil, dit geldt ook in de diabeteswereld.

Er zijn verschillende soorten pompen en verschillende manieren om de glycemie te meten. Deze kunnen ook met elkaar in connectie komen te staan, hierdoor kan de pomp zelf stoppen met insuline te geven alvorens de persoon een te lage suikerwaarde heeft. De allernieuwste pomp kan ook beslissen om insuline bij te geven alvorens de persoon een te hoge suikerwaarde heeft.

Meer info: https://www.uzleuven.be/nl/diabetescentrum/insulinepomp

De therapie wordt steeds besproken en geëvolueerd op consultatie met een multidisciplinair team (verpleegkundigen- en diëtisten- diabeteseducator, psycholoog, diabetoloog) in samenspraak met de persoon met diabetes.

Behandeling van diabetes type 2